verstrengelingsentropie

1 bericht / 0 nieuw
afbeelding van Hummelen
Gepensioneerd medicus met grote belangstelling voor natuurkunde/astronomie
verstrengelingsentropie
Gestart op: maandag 30 januari 2017, 16:38

In het artikel 'Emergente zwaartekracht en het donkere heelal', geschreven door Manus Visser en Marcel Vonk,wordt het begrip verstrengelingsentropie (S) gedefinieerd als 'een maat voor de hoeveelheid (quantum)informatie die twee ruimtelijke gebieden met elkaar delen' en kwantitatief beschreven met de formule S = A / (4 G ħ). De hoeveelheid informatie die twee ruimtelijke gebieden delen, is volgens deze formule evenredig met het oppervlak van hun gemeenschappelijke grens (A), waarbij de factor 4Għ de precieze verhouding bepaalt tussen S en A.

Om dat te kunnen begrijpen wordt deze formule verduidelijkt door afbeelding 4 met daarin de ruimtelijke gebieden 1 en 2, en de ellips als A. Bij die afbeelding wordt expliciet vermeld dat het verschijnsel van de aan een oppervlak gerelateerde hoeveelheid informatie, een essentiële eigenschap blijkt te zijn van Einsteins zwaartekrachttheorie. Sterker nog, in 1995 had Ted Jacobson al aangetoond dat zo'n relatie zelfs noodzakelijk is om Einsteins wetten van de zwaartekracht te kunnen afleiden (zie: http://www.quantumuniverse.nl/snaren-en-holografie-16-zwaartekracht-en-entropie).

Deze beeldvorming leidt mij daarom tot de volgende gedachte:

 

In werkelijkheid gaat het natuurlijk niet om slechts twee ruimtelijke gebieden maar waarschijnlijk om oneindig veel gebieden, met evenzovele begrenzingen. Uitgaande van afbeelding 4 liggen die begrenzingen dan als de rokken van een ui rond een hemellichaam omdat er anders geen relatie kan bestaan tussen deze afbeelding en de zwaartekracht. Door het invallende licht kunnen al die (bolvormig) begrenzingen (onzichtbare, flinterdunne 2D-oppervlaktes) zich in dat geval immers gedragen als equipotentiaalvlakken met onderling een gering potentiaalverschil vanwege het verschil in kromming, zodat er een zwaartekracht ontstaat die er loodrecht op staat (zie: Wikipedia).

Het idee van de flinterdunne equipotentiaalvlakken lijkt m.i. goed te corresponderen met de ideeën van Verlinde: Enerzijds omdat de 'wand' van het heelal meetkundig eveneens wordt geïnterpreteerd als een flinterdun membraan met oneindig veel informatie in de vorm van bits (holografisch principe) en anderzijds omdat de zwaartekracht ermee kan worden verklaard als een emergent verschijnsel. Mijn vraag is dan ook waarom het beeld van de (bolvormige) equipotentiaalvlakken niet wordt gebruikt in Verlindes theorie? Als niet-fysicus spreekt het namelijk veel meer tot mijn verbeelding dan het begrip verstrengelingsentropie.

0
0