Tweelingparadox

2 berichten / 0 nieuw
Laatste bericht
afbeelding van Frits Lourens
Belangstellende
Tweelingparadox
Gestart op: dinsdag 12 februari 2019, 14:05

Hoe luidt het gedachte-experiment met Frank en Ronald als beiden een gelijke ruimtereis maken, maar dan in onderling tegengestelde richting?

0
1
afbeelding van Leon
Natuurkunde filosoof
zondag 3 maart 2019, 17:47

De paradox oplossing verklaring volgens de speciale relativiteitstheorie draait volgens mij altijd om het principe van relativiteit van gelijktijdigheid en om het over elkaar heen schuiven van de zogenaamde vlakken van gelijktijdigheid tijdens het van richting veranderen.

Zolang de bewegingen eenparig zijn is de situatie in ieder geval altijd symmetrisch.

Dus, gedurende de tijd dat beide broers een constante relatieve snelheid hebben (naar elkaar toe, van elkaar af maakt niet uit) loopt voor beide de klok van de ander langzamer ten opzichte van de eigen klok.

Bij het veranderen van richting gebeurt de “magie”. Dan schuiven de zogenaamde vlakken van gelijktijdigheid over elkaar heen.

Dus tijdens de heenreis zien beide broers de aarde langzamer verouderen dan hunzelf en hun broer nog iets langzamer want die beweegt sneller.

Tijdens de keerpunten zien de broers de aarde opeens enorm verouderen omdat de vlakken van gelijktijdigheid van de broers over het vlak van de aarde schuiven.

De vlakken van gelijktijdigheid van de broers schuiven allebei en daardoor zien ze hun broer ook verouderen ten opzichte van elkaar maar lang niet zoveel als de aarde want de vlakken schuiven voor een groot deel parallel of in ieder geval veel minder over elkaar heen.

Vervolgens is de situatie weer symmetrisch en de hele terug reis en lopen de klokken van de anderen weer allemaal langzamer dan de eigen klokken.

Uiteindelijk is de situatie bij aankomst dan zo dat de broers weer even oud zijn ten opzichte van elkaar zijn en de aarde een stuk ouder is ten opzichte van hun.

De crux is dus volgens mij dat in de relativiteitstheorie “gelijktijdigheid” relatief is en dat gelijktijdigheid op grote afstand meer verschuift bij richtingveranderingen dan op korte afstanden.