
Het verborgen curriculum is een verzameling lessen die een student acht te leren, terwijl die lessen niet per se expliciet vermeld staan in het studieprogramma. Het concept heeft zijn oorsprong in het boek ‘Life in Classrooms’ van Philip Jackson uit 1968. Voor iedereen die iets wil leren, en in het bijzonder voor neurodivergente studenten, kan het lastig zijn om zulke lessen zonder expliciete vermelding op te nemen. In dit kader vind ik het belangrijk om het gesprek te voeren over het verborgen curriculum, en wil ik het in dit artikel hebben over iets wat naar mijn bescheiden mening onder zo’n verborgen curriculum valt: het bijhouden van een ‘niet doen’-lijst. Dit artikel gaat niet over welke dingen je wel of niet moet doen, maar over waarom het voor leerlingen, studenten en onderzoekers belangrijk is om een dergelijke lijst te hebben.
Probleem: onderzoek is van nature chaotisch
Stel je voor: je bent bezig met je profielwerkstuk en je probeert een vraag te beantwoorden. Er zal onvermijdelijk een verwante vraag opkomen. Welke beantwoord je eerst? Welke keuze je ook maakt: je zult het niet ondenkbaar vinden dat er vervolgens nog meer vragen opkomen. Op het moment zelf lijken alle vragen vaak even belangrijk, en wordt het onderzoeksproces gauw chaotisch.
Een relevante vergelijking voor de ‘levensloop’ van een gedachte is die met een zandkasteel dat erodeert door toedoen van de natuurelementen. Daarmee wil ik zeggen: als je de gedachte niet opschrijft, vergeet je haar. Dus hoe ga je met deze chaotische aard van onderzoek om? Het blijven focussen op je originele vraag zou een oplossing kunnen zijn, maar dan vergeet je geheid de andere vragen. Zonde: hoe vind je een goede vervolgvraag wanneer je geen overzicht hebt van alles wat eerder in je is opgekomen?
Een andere oplossing is om meteen de nieuwe vraag aan te pakken, onder de aanname dat je de hoofdvraag toch niet zult vergeten. Het risico is dat je al gauw terechtkomt op een pad dat je niet wilde bewandelen. Dus hoe vermijd je gebrek aan overzicht en voorkom je dat je afgeleid raakt?
Oplossing: een ‘niet (nu) doen’-lijst
Het chaotische karakter van onderzoek vergt enige organisatie. Hoe kan je dat precies doen? De oplossing die ik in dit artikel bespreek is het bijhouden van een ‘niet (nu) doen’-lijstje: een lijst van vragen die je niet of later wilt beantwoorden.
Een dergelijke lijst bijhouden is niet een nieuw idee: ‘I keep an anti-list of what I endeavor to not learn’ aldus populair wetenschappelijk schrijver en podcastpresentator Curt Jaimungal. Toch is het maken van zo’n lijst niet vanzelfsprekend. Zelfs onder ervaren wiskundigen met een vaste aanstelling circuleert dit idee als tip: ‘the trick is to capture these insights for later examination’. Dat zulk advies niet breed verspreid is, is evenmin verrassend: werkmethodes zijn persoonlijk.
Je gebruikt de lijst door, wanneer een vraag opkomt, te beslissen of je deze nu wilt beantwoorden of op de lijst zet voor later. Dan kan je gerust blijven focussen op je hoofdvraag en later, wanneer niet alles even belangrijk lijkt, terugkomen op lijst vragen. Op dat moment kan je een weloverwogen besluit maken, wellicht in overleg met je begeleider, over wat je vervolgstap is.
Hoe je de ‘niet (nu) doen’-lijst vorm kan geven
Het belangrijkste als je zelf besluit zo’n lijst te gaan bijhouden, is dat je een notitie erin maanden later nog steeds kan begrijpen. Het staat je vrij om zelf een invulling te geven aan hoe je daarvoor zorgt. Belangrijke aspecten waar je aan zou kunnen denken zijn:
- context: Waaruit kwam de vraag voort? Noteer bijvoorbeeld of het gaat om een artikel, een podcast of een gesprek met een vriend,
- verwijzing: Wat is relevant voor het beantwoorden van de vraag? Bijvoorbeeld een bron, je professor, of je eigen notities.
- vraagstelling: Kan je de vraag nog terug lezen na een aantal maanden? Het helpt als je vraagstelling een volledige uitleg bevat (alsof je het aan jezelf van over een aantal maanden uitlegt), weinig losse steekwoorden bevat en geen vage verwijzingen heeft.
Datum, prioriteit1 en/of status (voltooid, vervallen, geblokkeerd2, uitgesteld) zijn andere zaken die je kan toevoegen.
In praktijk kan de notitie op verschillende manieren gemaakt worden. Dit kan zo simpel zijn als een mailtje sturen naar jezelf en in een speciale inbox plaatsen (een tip die ik kreeg van een professor), of een klein stapeltje indexkaarten bijhouden, of zo complex zijn als een digitaal notitiesysteem zoals Obsidian, Notion of Evernote. Een combinatie van meerdere systemen kan ook: het belangrijkste is dat je een manier hebt om je gedachten snel te kunnen opschrijven.

Hoe deze les je verder helpt
De verborgen les is dus tweevoudig: onderzoek is van nature chaotisch door de hoeveelheid vragen die in je opkomen en omdat er veel vragen zijn, is het belangrijk om hier bewust mee om te gaan door ze bijvoorbeeld (in overleg) in een ‘niet (nu) doen’-lijst te plaatsen. Mocht je de les te laat leren tijdens onderzoek doen, dan loop je gevaar dat je onderzoek weinig diepgang heeft, dat je tunnelvisie ontwikkelt of dat je niet snel genoeg vooruitgang boekt – vooral als je bijvoorbeeld de ‘verkeerde’3 details erg belangrijk vindt. In het extreme geval kan het zelfs leiden tot het doen van een heel ander project dan gepland; iets waar onderzoeker Daniel Harlow voor waarschuwt: ‘people who move around from project to project without committing tend to not do well.’
Nu we toch bezig zijn met quotes: in 2014 hield prominent wiskundig natuurkundige Edward Witten een rede waarin hij zei: ‘When one is doing research, the trick is to find a problem simple enough that one can solve it but interesting enough that solving it is worthwhile.’ Het secuur bijhouden van je onderzoeksvragen kan bijdragen aan het waarborgen van die subtiele balans.
Ik hoor weleens in de wandelgangen dat ‘studeren in de zomervakantie veel meer voldoening geeft dan normaal’. Tijdens de onderwijsperiode zijn er (in tegenstelling tot in de zomervakantie) externe factoren zoals deadlines die je forceren sommige vragen niet te onderzoeken. Het vergeten van de achterwege gelaten vragen kan je natuurlijk frustreren. Het bijhouden van deze vragen in een ‘niet (nu) lijst’-kan dan zulke frustratie verhelpen en tegelijkertijd je studieresultaten bevorderen door te blijven focussen op wat relevant is op dat moment. De vakantie is dan een uitgelezen moment om je ‘niet (nu)’-lijstje weer eens te bekijken.

Deze les bereidt je voor op de wereld
Als natuurkundige heb ik vaak te horen gekregen: ‘je komt overal wel aan de bak’. In zekere zin is dit natuurlijk flauwekul – ik kan bijvoorbeeld niet spontaan mensenlevens gaan redden als dokter. Wat men bedoelt is dat je ontwikkelde vaardigheden overdraagbaar zijn in een aantal relevante sectoren. Om het artikel af te sluiten ga ik in op hoe de les je voorbereidt op de wereld na je studie – of dat nou binnen de wetenschap of daarbuiten is.4
Centraal in de les van de ‘niet (nu)’-lijst staat het identificeren van verschillende trajecten in je project en daarna op de juiste wijze de volgende stap zetten. Dit valt onder een andere kreet die je ook vaak hoort: ‘als natuurkundige kan je problemen goed opdelen.’ Hieronder opsommingsgewijs een aantal carrièrepaden die hier goed gebruik van kunnen maken.
De organisatie ‘Beta in Bestuur en Beleid’ pleit op hun jaarlijkse carrièredag (die ik persoonlijk kan aanraden) voor de rol van beta in bijvoorbeeld politiek. Als politicus ben je voortdurend bezig met jezelf verdiepen in onderwerpen. Je zal scherpe keuzes moeten maken en het stellen van prioriteiten ligt vaak nog kritischer dan bij wetenschap: het gaat immers over belangrijke keuzes die gemaakt worden voor de samenleving. Ik kan me goed voorstellen dat een soortgelijke werkwijze ook plaatsvindt in de onderzoeksjournalistiek.
Een wat minder onderzoeks- en meer procedureel gerichte functie kan je vinden bij bestuurskundige functies. In zo’n rol kom je natuurlijk meestal niet meteen terecht na het behalen van je natuurkundediploma, maar toch is het niet ongewoon om fysici later in hun carrière in zo’n rol tegen te komen5, omdat ze nu eenmaal getraind zijn in het denken in getallen en structuren. Om die denkwijze nuttig toe te passen in de besluitvorming in een bedrijf moet je wederom accuraat verschillende trajecten kunnen identificeren.
Als laatste kan een ‘niet (nu)’-lijst helpen in elke situatie waarin je zelf verantwoordelijk bent voor een project. In zo’n geval is het makkelijk om afgeleid te raken, vooral wanneer er weinig tot geen externe factoren zijn die je tot concrete resultaten dwingen. Denk hierbij aan zzp’er zijn, een project thuis doen (bijvoorbeeld een eigen webserver bouwen) of een grote verantwoordelijkheid dragen op je werk (bijvoorbeeld consultant). Het bijhouden van waar je focus ligt door een ‘niet (nu)’-lijst bij te houden, kan op al die plekken helpen om jezelf te dwingen tot het bereiken van resultaten.
Afsluitend
Mij werd ooit verteld: ‘Some lessons can’t be taught, they can only be learned’. Dit citaat benadrukt het belang van praktijkervaring opdoen, en dat kan ik zelf alleen maar beamen. Met alleen het lezen van dit artikel ben je er dus nog niet; je zult zelf moeten ontdekken hoe je het beste te werk kunt gaan. Het je expliciet bewust worden van impliciete lessen – iets wat ik hoop met dit artikel te bereiken – kan je daar goed bij helpen. Hopelijk kan je met kennis over het verborgen curriculum, en de ‘niet (nu)’-lijst in het bijzonder, makkelijker en bewuster omgaan met de praktijk, waar dat verborgen curriculum in mijn ervaring het meest aanwezig is.
Laat, ook als je tot de neurodivergente groep behoort, de lange weg die nog voor je ligt je niet ontmoedigen. De UvA biedt extra kansen via een zomerstage en andere universiteiten doen steeds meer aan inclusiviteit. Zie dit artikel dus vooral als aansporing om de praktijk te ervaren!
Verder lezen
Het idee om allerlei gedachtes op te schrijven op gestructureerde wijze is natuurlijk niet nieuw; er zijn mensen die er veel dieper over hebben nagedacht dan ik. Mocht je verder willen lezen over een dergelijke onderwerp, dan kan je meer vinden onder de trefwoorden ‘second brain’, ‘zettelkasten’ of methodes ‘PARA’, ‘scrum’ of ‘getting things done’.
[1] Je kan bijvoorbeeld ‘hoog’,’medium’ en ‘laag’ aanhouden. Zelf vind ik het MoSCoW systeem behulpzamer, omdat het onderscheid maakt tussen ‘moet’ en ‘zou moeten’. Als je last hebt van perfectionisme willen die twee nog weleens samen gaan.
[2] Een vraag kan geblokkeerd zijn wanneer het voltooien van iets anders noodzakelijk is voordat de vraag beantwoord kan worden.
[3] Wat het extra lastig maakt: hoewel niemand vooraf weet wat de ‘juiste’ details en vragen zijn om op te focussen, bestaat er toch een begrip van verkeerde details om op te focussen: details waarvan je zou kunnen inschatten dat ze je in elk geval niet verder brengen in het onderzoek. Die inschatting is iets waar je begeleider mee kan helpen.
[4] Met dank aan redactielid Lizzy voor dit voorstel
[5] Denk aan bijvoorbeeld Jim Simons.